Hegel, Jaap en Paul

Waarom zou je Hegel willen lezen? Waarom zou je dat willen doen in je vakantie? Die vraag kwam meermaals bij me op bij het volgen van de Hegel-colleges. Krankzinnige formuleringen. Bijvoorbeeld, op de vraag wat het “eenvoudige ik” is, geeft Hegel het volgende antwoord: “het eenvoudige ik is deze soort, oftewel het eenvoudig algemene waarvoor de onderscheiden er geen zijn, en wel slechts omdat dit ik het negatieve wezen van de gevormde zelfstandige momenten is”.

Tsjah, wie naar een eenvoudig antwoord zocht, die was in de Hegel-week niet op de goede plek aangekomen. Het was een intense week. Hegel was intens. Het lezen van Hegel –  we lazen vooral de heer-knecht dialectiek uit de Fenomenologie van de Geest – was intens en de ervaring was intens. Hegel lezen, dat is voor de volhouders. Maar wat is het precies? Wat is zijn methode en komt het begrip van Hegel overeen met het begrip dat je kunt hebben van een vreemde taal: je begint de structuur van iets te onderkennen maar tot verder begrip van een bepaalde zaak leidt het niet per se. We hadden allemaal het gevoel dat het toch meer is. Dat het loont om grip te krijgen op Hegel, omdat het ons iets fundamenteels leert. In de week bij het Centre een meer fundamenteel begrip over de wijze waarop zoiets als identiteit of zelfbewustzijn gevormd wordt.

Het meegaan in die leergang heeft iets mystieks. Zoals een cursist het verwoordde: “ik begrijp nu beter hoe het kan zijn dat een pseudoniem van Kierkegaard verliefd wordt op het denken”. Het denken zelf heeft iets dat in vervoering kan brengen.

Zo waren onze docenten in vervoering: Paul en Jaap. Toen we ons programma gereedmaakten in de zomer van 2017 hadden we het plan opgevat om “iets met Hegel te doen”. Commercieel niet een goed idee, maar wel passend binnen de doelen die wij als stichting willen nastreven. We legden onze keuze voor aan verschillende docenten en hun antwoord was unaniem: daar moet je Paul voor hebben, die man is Hegel. Ze hebben niet overdreven, maar een element over het hoofd gezien: Jaap. Paul en Jaap, die combinatie is Hegel en met die combinatie hebben we de week doorgemaakt. Het was schitterend en uitputtend. Verrassend maar ook onmogelijk. Het schuurde soms. We hadden een Vlaamse psycho-analytica in ons midden, opgeleid in de school van Lacan en van daaruit kritisch op de idee dat er zoiets als “zelfheid” bestaat, volgens Paul een cruciale notie in de filosofie van Hegel.  Hoe dan ook, een week met beroering. Niet alleen omdat het fijn wijndrinken is met onze docenten, maar ook omdat we collectief het gevoel hadden iets op het spoor te zijn. Ergens in het hermetische stelsel van Hegel, daar hield zich iets verborgen dat ons een stap verder kon helpen.

Eén cursist omdat het voor hem een manier is om betekenis te geven aan zijn of haar bestaan. Een ander omdat hij in zijn proefschrift met Kierkegaard bezig is en daarom niet om Hegel heen kan. Weer een ander omdat die eens uitgedaagd wilde worden, niet een beetje, en ook niet als voorwendsel om toch met een geheel van al bekende inzichten aan te komen. Hegel is daar niet de goede denker voor. Hegel schudt op. Ergert. Doet bijna fysiek pijn, maar laat toch niet los. Er waren mensen uit de school van Kant, van Levinas,  Kierkegaard en Heidegger. Allemaal denkers die je in een verhouding tot Hegel moet denken, ook al zou je dat niet willen en voorbij het stugge al te abstract logische systeem van Hegel om willen denken.

Het creëerde een band. In een kleine groep van tien mensen bleven we het proberen: iets dichter te komen bij burcht waarin het denken van Hegel zich schuilt houdt. Het schiep een band. Urenlang lezen. Luisteren naar de uitleg van Paul en Jaap. Door hen uitgedaagd worden: “wat staat hier eigenlijk, begrijpen we dit”?  Niet snel lezen, maar woord voor woord met de schier onmogelijke opgave om vanuit die woorden iets van het project van Hegel en de passage zelf te begrijpen.

Niet iets voor een vakantie zou je denken. En tegelijk. Een weeklang ondergedompeld te worden in iets totaal vreemds, dat is op een manier vergelijkbaar met reizen naar verre niet-Europese landen. De schok. De wil om vast te houden aan wat vertrouwd is, maar ook de verleiding om je eens over te geven aan iets nieuws en radicaal anders. Zoiets zou Hegel kunnen doen. In die zin was het een vakantie.